Boekgegevens
Titel: Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Auteur: Obermüller, L.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1878
Utrecht: P.W. van de Weijer
2e verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6997
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201550
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Seite.
375 Van tijd tot tijd.
Wat voor weër is 'tvan daag?
Het is tamelyk mooi (goed) weer,
't Is heeriyk weêr.
Welk prachtig (verrukkelijk) weêr!
380 De zon gaat op.
De zon schijnt helder.
Het is droog. — 't Is zacht.
Is het winderig?
De wind gaat liggen.
385 Er waait een ruwe (harde), snijdende wind.
Wij hebben noordewind, oostewind, enz.
De westewind brengt regen.
De lucht is bewolkt.
Het gaat regenen. Het regent al.
390 Het druppelt.
Er valt een plas (stort) regen.
Het is maar eene bui.
De regen zal spoedig ophouden.
Het is morsig (slijkerig).
395 De straten zijn zeer vuil.
De wegen (straten) zijn slijkerig.
De regen heeft het stuiven doen ophouden.
Het dondert.
Het bliksemt.
400 De bliksem is in een huis geslagen,
'tis drukkend weêr.
Het weêr is stormachtig.
Wij krijgen dezen avond onweêr.
Het is nacht (donker).
405 Met het invallen van den nacht.
De dagen zijn sterk aan het korten,
't Is heldere maneschijn.
Wij hebben volle maan.
Wat is het weêr veranderlijk!