Boekgegevens
Titel: Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Auteur: Obermüller, L.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1878
Utrecht: P.W. van de Weijer
2e verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6997
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201550
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
Seite.
340 Hoe! ligt gij nog te bed?
Ik heb geen oog toegedaan.
Men heeft mij niet geroepen (gewekt).
Laten wij opstaan.
Ik zal dadelijk opstaan.
345 Staat dadelijk op.
Hij is pas opgestaan.
Ik sta altijd vroeg op.
Kleed u schielijk aan.
Geef mij een schoon hemd.
350 Wascht uw gezigt en uwe handen.
Kamt uw haar uit.
Ik heb mij al gekamd.
Mijne kousen zijn met gaten.
Zijn mijne schoenen gesmeerd?
355 Trek uw broek aan.
Schuijer (borstel) uw rok uit.
Ik ben klaar — Ik ben aangekleed.
Voor eenige dagen.
"Voor acht — veertien dagen.
360 Voor weinige dagen.
Verleden week.
Het vorige jaar.
Van daag (heden). — Morgen.
Gisteren. — Eergisteren.
365 Hij komt eerstdaags.
Met Kersttijd. — Met Nieuwjaar.
Gedurende twee maanden.
Binnen zes weken.
Op het eind van de volgende maand.
370 Wij wachten hem overmorgen.
Binnen acht dagen.
Van den eenen dag op den anderen.
Alle dagen. — Dagelijks.
Van dag tot dag.