Boekgegevens
Titel: Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Auteur: Obermüller, L.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1878
Utrecht: P.W. van de Weijer
2e verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6997
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201550
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Seite.
Wacht een oogenblik.
Ga heen! Ga weg!
Verwijder u.
Hebt gij honger? Zijt gij hongerig?
310 Ik ben hongerig. — Ik heb grooten honger.
Eet smakelijk !
Ik heb nog niets gegeten.
Ik ben nog nuchter.
Wilt gij een appel eten?
315 Ik verga van honger, van dorst.
Hebt gij dorst? (Zijt gij dorstig?)
Ik ben zeer dorstig. Ik heb grooten dorst.
Geeft mij te drinken.
Geef mij een glas water, wijn.
320 Laten wij op uwe gezondheid drinken.
Schenk mij een glas bier in.
Maak eerst uw glas leêg. Drink eerst uw
glas uit.
Ik heb mijn dorst gelescht.
't Is tijd om te gaan slapen (naar bed te gaan).
.325 Kleedt u uit.
Ik zal (ga)mijne schoenen en kousen uittrekken.
Ik heb een laarzentrekker noodig.
Breng mij mijne pantoffels (muilen).
Is mijn bed opgemaakt?
330 Ik zal naar bed gaan.
Ik ga eiken avond om negen ure naar bed.
Ik ben slaperig.
Ik slaap reeds half.
Ik wou, dat ik al te bed lag.
335 Ik kan niet inslapen.
Gij zijt een geboren langslaper.
Hij slaapt als een rat. ^
Hij viel in een diepen slaap.
Ik heb heel goed geslapen.