Boekgegevens
Titel: Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Auteur: Obermüller, L.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1878
Utrecht: P.W. van de Weijer
2e verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6997
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201550
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
65 Wilt gij daarvan?
Hij is er tevreden mede geweest.
Spreek er niet van.
Wat dunkt u daarvan?
Hier is versch brood. — Geef mij een stukje.
70 Gaat (er) heen. — Ga (er; heen.
Gaat (er) niet heen. — Ga (er) niet heen.
Hij is daar nog.
Ik ken daar niemand.
Er zijn menschen , die,...
75 Geef ze mij.
Overhandig (geef) ze hem.
Hij kan het zich aanschaffen.
Leen ze hun niet.
Zult gij ze mij leenen?
80 Wie heeft geroepen?
Van wien spreekt men.'
De man, van wien ik spreek, is klein.
Aan wien schrijft gij ?
Wien hebt gij ontmoet?
85 Wie is het?
Wat is dat?
Wat begeert gij ?
Al wat gij wilt.
Ik zal doen wat ik beloofd hebt.
90 Wie van u beiden.
Wie van uwe zusters?
De Nijl, wiens wateren Egypte bevruchten
(vruchtbaar maken).
De stad, waaraan gij denkt.
De vrienden, op wier hulp wij rekenen.
95 Ik ben het, gij zijt het.
Is hij 't? Zijt gij 't?
Ik heb het gezegd.
Gij hebt niet gelogen.