Boekgegevens
Titel: Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Auteur: Obermüller, L.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1878
Utrecht: P.W. van de Weijer
2e verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6997
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201550
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Seite.
Waar gaat gii heen, vriend ?
Ik ga mij baden; iii heb 't zoo warm.
Kunt gij zwemmen ?
Ja, ilc heb 't vooileden jaar in de zwemschool
geleerd.
Durft gij over de rivier te zwemmen ?
Ik heb het gisteren met Theodoor gedaan ; die
zwemt als een visch.
Kunt gij ook duiken ?
O, ik duik zeer dikwijls; daar heb ik het meeste
pleizier in.
Ga met mij naar het bad.
Is de rivier diep ?
Niet overal; er zijn vele plekken waar men grond
heeft (voelt).
Het is dus niet gevaarlijk ?
Wie niet zwemmea kan, moet zich maar digt bij
den oever houden.
Laten wij ons uitkleeden. — Hier zijn een paar
zwembroeken.
Ik werp mij dadelijk in 't water.
Het water is heel warm.
Kunt gij ook onder het water zwemmen?
Ik zal 't u terstond laten zien ; vervolgens zal
ik ook op mijn rug zwemmen.
Ik wou (wildel dat ik dit ook kon.
't Is zoo heel moeijelijk niet
Het baden is heel bevorderlijk voor de gezondheid.
Zeker, maar men moet de zaak niet overdrijven;
sommige jongens baden drie of vier malen daags.
Dat is zeer ongezond.
Wij zijn nu lang genoeg in 't water geweest;
laten wij er nu uitgaan en ons aankleeden.