Boekgegevens
Titel: Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Auteur: Obermüller, L.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1878
Utrecht: P.W. van de Weijer
2e verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6997
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201550
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van woorden en gesprekken in het Hoogduitsch en Hollandsch, ten gebruike van eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Seite.
Dertig, veertig, vijftig, zestig, zeventig, tach-
tig, negentig, honderd, tweehonderd, driehon-
derd , vierhonderd, enz., duizend.
Honderd acht en vijftig; — duizend achthonderd
negen en dertig; — achttienhonderd veertig.
Gij kunt goed tellen.
Wij willen nu wat rekenen.
Hoeveel maken zes en elf en drie en twintig te
zamen uit?
Zes en elf is zeventien; zeventien en drie en
twintig maken veertig uit.
Nu eens afgetrokken (een voorbeeld van aftrek-
ken). Wanneer ik vijf van acht aftrek, blijven
er drie. Trek mij nu honderd vijf en veertig
af van twee honderd vier en zestig. Hoe doet
gij dat?
Ik zet 145 onder 264, en zeg: 5 van de 4 kan
niet; daarom leen ik er een; 5 van 14blijft9;
4 van 5 blijft l; 1 van 2 blijft 1; blijft der-
halve 119.
Vermenigvuldig 18 met 5.
5 maal 8 is 40; ik zet O en behoud 4; 5 maal
1 is vijf, en maakt met 4 die ik nog had 9;
de uitkomst is dus negentig.
Deel 120 door 8.
Ik zeg: 8 in de 12 gaat eens; 8 afgetrokken van
12 blijft 4; ik zet de O er naast; dat geeft 40;
8 in 40 gaat 5 maal, en wel zonder dat er iets
overschiet; de uitkomst is dus 15.