Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
74 de geschiedenis
van Jozef antwoordde: ,, Dat is niet noodig, en
,, ook niet regtvaardig; maar die man, bij wien
,, de beker schuilt, die zal alleen mijns Heeren
,,, slaaf zijn; de anderen laat ik vrij."
Toen namen zij, heel gerust, de zakken van
hunse ezels, en gaven den knecht vrijheid, om
daarin te zoeken, zooveel als hij maar wilde.
Heintje. Wel, dat geloof ik. Wie zou ook
denken , dat de Heer zelf zijn' beker daarin had
laten stoppen?
Mietje. Wat zullen die arme menschen ge-
schrikt hebben!
Mr. Vooreerst keken zij alweder vreemd op,
dat het geld wéér bovenop lag in ieder' koren-
zak ; dat konden zij niet begrijpen; maar de
knecht sprak daar niet van, en zij dachten:
,, Den beker zal hij toch bij ons niet vinden!"
De man zocht dien ook te vergeefs in de zakken
der oudste broeders, die hij eerst opendeed,
maar eindelijk moest Benjamins zak er aan , en
zie! daar kwam de beker uit!
Ik zal u niet zeggen, kinderen! hoe zij alle-
maal ontstelden. Zij wisten haast niet, wat zij
doen of zeggen zouden. Alle scheurden zij van
droefheid hunne kleederen in stukken.
Toen de eerste schrik wat over was, tilde ie-
der , heel bedrukt, zijnen zak wéér op den ezel,
en zij trokken met elkander, en met Jozefs
knecht, terug naar de stad. Het kwam niet in
hunne gedachten op, Benjamin te verlaten,
en maar voort te reizen. Als trouwe broeders,
bleven zij bij malkander. Ook deden zij geene
moeite, om den knecht te bedriegen of om te
koopen. Zij wisten heel wel, dat Benjamin geene
schuld kon hebben; maar zij vreesden, noglans,
dat zij allemaal slaven zouden worden, en dus
waren tij geweldig bedroefd. Benj(mm, die hier