Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
v a n j o z e f. 73
,, Zij kunnen nog niet ver weg zijn ; loop hen
,, schielijk na, en zeg: Wat is dal? vergeldt
,, gij zoo de vriendelijkheid van mijn' Heer?
,, waar is de beker? dacht gij dien zoo on-
,, gemerkt mede te nemen? dat zal u berou-
,, wen !"
De trouwe knecht liep, wat hij ioopen kon,
en achterhaalde onze reizigers, die nergens van
wisten.
Keesje. Och, nu is al hunne vreugd wéér
over ! Wat zullen zij hebben staan kijken!
Mr. De knecht begon al van verre zoo hard
te roepen, dat zij stilhielden, om te hooren,
wat hij te zeggen had. Daarop deed de man
zijne boodschap met heel veel ijver en driftig-
heid; want een brave knecht wordt ligt boos,
als hij meent, dat men zijn' Heer kwaad doet.
De broeders bleven , met dat alles, vrij be-
daard. Niets maakt tïen' mensch zoo gerust, als
een goed geweten. De bewustheid van onschul-
dig te zijn geeft moed. Net andersom gaat het,
als men kwaad gedaan heeft , dat nog niet ont-
i dekt is. Dan vreest men voor elke kleinigheid.
,, Mijn goede vriend!" zeiden de broeders tegen
den knecht van Jozef, toen zijne boodschap uit
was, ,, mijn goede vriend! hoe kunt gij zoo
,, spreken? Het lijkt er niet naar, dat wij zulke
,, dingen doen zouden! Wij wilden immers gis-
,, teren nog het geld eerlijk teruggeven, dat
,, wij, de vorige reis, in onze zakken gevonden
,, hadden? En zouden wij nu goud- of zilver-
,, goed stelen? zouden wij den beker van uw'
,, vriendclijken Meester weggenomen hebben? —
,, Welaan, zoek vrij in al onze korenzakken, en
,, die man, in wiens zak gij den beker vindt,
,, mag wel sterven, of wij willen dan altemaal
,, slaven worden van uw' Heer!" De bediande