Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VAN JOZEF. ^ 131
Ciirisje. En, toen Jozefs broeders naderhand
uit Egypte naar Kanaan trokken, namen zij toen
zijn ligchaam ook mede, zoo als zij beloofd had-
den, of vergaten zij dat?
Mr. Jozefs broeders beleefden dat niet, Chrisje!
want het duurde nog wel twee geheele eeuwen,
dat zij in Gosen woonden, zoo als ik gisteren
avond zeide. Maar hunne nakomelingen vergaten
evenwel niet, het lijk met zich te nemen, zoo
als zij weêr aan hunne vaders beloofd hadden.
Toen zij nu eindelijk in het beloofde Land kwa-
men, begroeven zij het ligchaam van onzen Jo-
zef niet verre van Sieliem.
Nu is onze seschiedenis uit, kinderen!
Zeg mij nu eens, Keesje! hoe de vertelling van
Jozef u bevallen is?
Keesje. Allerbest, Meester! ik heb er veel
pleizier in gehad, en het heeft mij in het geheel
niet verveeld.
Mr. Wel, dat staat mij goed aan! Gij ver-
wachttet dat zoo niet. Keesje! toen ik het ver-
haal begon. Weet gij nog wel, waarom gij toen
dacht, dat het niet mooi kon wezen?
Keesje. Ja, Meester! omdat het uit den Bij-
bel was.
Mr. Juist! nu hebt gij dan gehoord, welk
eene schoone en leerzame geschiedenis in den
Bijbel staat. Zoodanige zijn daarin nog veel
meer te vinden, ja zelfs nog veel gewictiger ver-
halen voor u, als gij wat grooter zijt. Dat moet
gij onthouden , en dan vlijtig in de Heilige Schrift
gaan lezen.
Kaatje. Ik kan mij nog niet verbeeldendat
onze goede Jozef nu dood is. Gedurig denk
ik, dat wij morgen avond weêr van hem zullen
hooren.
Mr. Ja, kind! zoo gaat het. Wij waren al