Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VAN JOZEF. ^ 127
Jozef overal prezen en voor hunnen weldoener er-
kenden. Ik twijfel ook niet, of zij zullen , door
dit alles, meer en meer tot nadenken zijn geko-
men , en nog gedurig betere menschen zijn ge-
worden.
Gedurende zeer vele jaren, leefden de kinde-
ren van Jakob aldus in vrede en voorspoed,
zonder dat hun iets heel merkwaardigs over-
kwam. De familie werd ondertusschen buitenge-
meen groot. Jozef werd niet alleen grootvader,
maar zelfs overgrootvader. Als oen regie kinder-
vriend j speelde hij met Manasse's kleinkinderen
op zijnen schoot, en droeg ze op zijne armen.
Ook was hij de geliefde oom en oudoom van de
kinderen en kindskinderen zijner broeders. Nooit
kwam hij in het Land Gosen, of er was eene
algemeene vreugde; nooit moest hij weder naar
de stad, of men wenschte, dat hij spoedig weder
mogt komen. — Zoo genoot de Godvreezende
Jozef het groote genoegen van wel te doen en be-
mind te worden, tot in den ouderdom van hon-
derd en tien jaren.
Heintje. En wat gebeurde er toen? Ik hoop
immers niet, dat hij nu al sterft?
Kaatje. Och! dat zou mij ook spijten! Ik
wou liever, dat hij ten minste zoo oud werd als
Jakob.
Mr. Ja, kinderen! ik moet het zeggen. Toen
zag men de krachtèn van Jozef bezwijken, en
vreesde , met reden, hem spoedig te zullen ver-
liezen. Hij zelf gevoelde ook duidelijk, dat hij
welhaast uit deze wereld moest scheiden. Daar-
op riep hij zijne broeders, zoo vele er toen
nog leefden, bij zich, en zeide: ,, Ik ga nu
,, sterven, en zal voor u niet meer kunnen zor-
,, gen. Maar god de Heer blijft bij u. Die zal
,, u, of uwe kinderen, eens wedorbrengen in het