Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
126 de geschiedenis
even bang en even onderdanig, als toen zij hem
voor het eerst weérzagen. Zij wierpen zich op
nieuws voor hem neder, zeggende: ,, Zie, wij
,, zijn uwe knechten, gij kunt met ons leven
,, naar uw welgevallen; wij zullen u getrouw
,, dienen, als onzen Heer." De brave Jozef Von
het naauwelijks uitstaan, dat zijne eigene, zijne
oudste broeders daar zoo weder bevreesd voor
hem op den grond lagen. Oogenblikkelijk deed
hij hen opstaan, en riep hun toe, met tranen
in zijne vriendelijke oogen: ,, Vreest toch niet,
,, mijne waarde broeders! U te straffen, voor
,, uw misdrijf, lust mij geenszins, en komt ook
,, aan niemand toe, dan alleen aan god , bij
,, wien ik hoop, dat gij vergeving hebt ge-
,, vonden. Gij hebt wel kwaad tegen mij ge-
,, dacht; maar de Heer heeft dat alles ten goede
,, bestuurd, om de inwoners van Egypte en on-
,, ze geheele familie uit den hongersnood te red-
,, den en in het leven te behouden. Dit hebt
,, gij gezien; denkt daar op nieuws aan; let op
,, gods alwijze besturing, en vreest nooit wéér
,, voor mij. Ik zal zoo lang ik leef u wel-
,, doen, en zelfs voor uwe kleine kindertjes zor-
Ren."
Chrisje. Die goede Jozef is toch altijd dezelf-
de, altijd even liefen vergeeflijk! Als de broe-
ders nu nog wantrouwig blijven, dan mag ik
hen nooit weêr lijden.
Mr. Dat zou ook met reden zijn, Chrisje!
Jozef toonde, dat hij nog even zoo dacht, als
vóór zeventien jaar. Hij gaf hun de sterkste
bewijzen van opregte vergiffenis en bestendige
liefde. Zijne broeders waren ook zoo ongeloovig
en kwaaddenkend niet, dat zij hem nu nog mis-
trouwden. Zeer aangedaan, vertroost en bemoe-»
digd, keerden zij naar Gosen terug; terwijl zij