Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
122 db OESeHIEDEHIS
openlqke betooning was echter meer clan ge-
meen groot en plegtig, zoodat de menschen ,
die rondom die vlakte in Karman woonden,
daarvan met verwondering tegen elkander spra-
ken , ja zelfs, enkel om dit voorval , die
plaats den naam gaven van abel miizraim, dat
is rouw der Egyptenaren. Al deze staatsiön en
omslag waren heel nuttig, om veel te doen den-
ken aan Jakob,, die een zeer wijs en Godvree-
zend man was geweest, zoodat zijn voorbeeld
en onderwijzingen in eerbiedige gedachtenis moes-
ten blijven.
Na die statelijke rouwklagten nu vervolgde
ons reisgezelschap zijnen weg naar het graf
van Abraham en Izaak, hetwelk nu ook het graf
van Jakob zou worden. Naauwkeurig. begroe-
ven zij den vromen man, volgens zijne laatste
bevelen, in de spelonk, tegenover het bosch
Mamre. Jozef zag toen , met een stil genoegen
en vele aandoeningen, die landstreek nog eens
rond, en herinnerde zich de plaatsen, daar h^
ais kind gespeeld en als jongeling had gewan>-
deld.
Toen keerden zi^ > gezamenlijk, naar Egypte
terug, sprekende,-onderweg, nog gedurig van
den braven man, aan wiens ligchaam zij nu
den laatsten pligt hadden volbragt. Zoo kwa-
men zij weder te huis, ^ ieder bij de zijnen, eb
aan de bezigheden van zijn beroep.
Hierbij zullen wij het, voor deze reis, nu
laten, kinderen! onze Jozef heeft nu geen'
vader of moeder meer. Ik wil niet hopen, dat
gij in lang daarin naar hem zult gelijken.
Ik wensch, dat gij uwe lieve ouders nog zeer
vele jaren moogt behouden. Maar eindelijk
moeten zij toch ziek worden en sterven. Doet
uw best, om het, van nu aan, zoo met hen