Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VAN JOZEF. ^ 121
Keesje. Ik dacht in het eerst half, dat Jozef
vergat, wat zijn vader hem belast had, toen
Meesier alleen vertelde van dat lange balsemen
en van het rouwen.
Mr. Neen vast niet, Keesje! Jozef deed zoo
als het een braaf zoon betaamt. Hij hield zijn
woord, nu vader dood was, net zoo goed, als-
of die nog leefde. Hij wist wel, dat zijne be-
lofte ook aan onzen Lieven Heer bekend was,
en dat god de Heer nu toezag, of hij wel al-
les deed, waartoe hij zich verbonden had. Maar
in die eerste zeventig dagen van den rouw kon
Jozef niet gevoegelijk naar Kanaan reizen; daar-
om duurde het zoo lang, eer hij aan Farao
vroeg, om Jakob'te begraven.
De Koning stond gereedeiijk toe, dat zijn Jo-
zef, zijn gunsteling, aan den laatsten wil van
Vader Jakob, volgens belofte, voldeed.
Welhaast begon toen de groote optogt de-
zer merkwaardige begrafenis. Jozef en al zij-
ne broeders, met hunne vrouwen en grootste
kinderen, reisden met het lijk naar Kanaan, De
kleine kinderen alleen bleven in Gosen, met
de knechten en meiden, bij het vee. Al de an-
deren vertrokken. Zelfe de voornaamste Hove-
lingen van Farao en de grootste Ambtenaren
van Fgijpie gingen ook mede, om den vader
van bunnen Regent ter aarde te bestellen. Met
vele wagens , en mannen te paard daarbij, maak-
te dit gezelschap de vertooning van een groot
leger j en reisde aldus heel deftig voort. —
Zoo kwamen zij in Kanaan, en hielden stil op
eene vlakte, niet heel ver van Hebron. Daar
betoonden zij alle, zeven dagen lang, hun-
ne droefheid over Jakob, door allerlei plegti-
ge teekenen , door kleeding, houding en ge-
sprekken , zoo als toen gebruikelijk was. Deze