Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
120 de geschiedenis
Mu. Dat geschiedde ten naasten bij aldus:
het ligchaam werd van binnen sthoongemaakt
en opgevuld met verscheidene kostbare spece-
rijen. Daarna werd hetzelve van buiten wel der-
tig dagen laiig, gezalfd of bestreken met eene
fijne olie, cederolie geheeten, of het ligchaam
werd ook nog wel längeren tijd in salpeter
gelegd. Eindefijk moest bet nog weder afge-
wasschen, en geheel bewonden worden met fijn
linnen , hetwelk met gom werd bestreken. Dan
geleek het een uitgedroogd menschje ; doch zij ,
die den overledene gekend hadden, konden, ve-
fe jaren daarna, nog heel wel zien, wiens lig-
chaam het was. Zelfs heeft men, nog niet lang
geleden, zulke gebalsemde lijken gevonden uit
die oude lijden, welke nog niet vergaan waren.
Men noemt zulke gebalsemde ligchamen gemeen-
lijk mumiën.
Aan het lijk van Vader Jakob was men veer-
tig dagen met balsemen bezig. Toen werd bet-
zelve in eene kist gelegd en bewaard. Jozef en
zijne familie trokken ondertusschen eenen zwa-
ren rouw aan over hunnen vader. De meeste
Égyptenaars zelfs eerden den overledene door ee-
nen plegtigen rouw, gedurende zeventig dagen.
Langer rouwden de inwoners van Egypte over
niemand.
Na die zeventig dagen, bleef Jozef echter
nog in den rouw, en mogt daarom, volgens
een gebruik van die tijden, niet bij Faraö ko-
men. Hij liet dus, door goede vrienden, den
Koning berigt geven van zijne belofte en den
eed, aan zijnen vader gedaan, wegens het be-
graven van deszelfs ligchaam in het familiegraf
bij Hebron; verzoekende op het vriendelijkste
verlof van Faraö , om die begrafenis bij te wo-
nen , waarna bij weder in E gijpte zou komen.