Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van jozep. 119
heel droevige zaak; want zulk een mensch sterft
weltevreden, en komt, na zijnen dood, in dat
allergelukkigst en zaligst leven, hetwelk nooit
weder zal eindigen. — Daarmede moeten wij
ons troosten, als wij brave ouders of vrienden
verliezen. Maar kinderen moeten evenwel niet
onverschillig staan kijken, als hunne goede ou-
ders sterven. Zij verliezen daar veel aan , en
het staat hun fraai, dit verlies te gevoelen en
te beschreijen. — Jozef, die voorbeeldige
zoon, gaat ons ook hierin voor. Zoodra Jakob
gestorven was, viel Jozef voorover neder op
het aangezigt van zijnen vader en kuste het-
zelve al weenende. IJaarna zorgde hij voor "het
waardige lijk, voor eene behoorlijke rouwbe-
tooning, en voor het nakomen van hetgene hij
den overledene had beloofd.
Jozef, de HeeV van Egypte, had, onder zij-
ne hoogere bedienden, ook Geneeskundigen, die
verstand hadden van allerlei geneesmiddelen , om
zieke menschen weder beter te maken. Deze
lieden wisten ook de lijken zoo te bezorgen,
dat zij in langen tijd niet konden verrotten,
maar omtrent net zoo bleven, als toen de men-
schen stierven. Dit zoo te laten doen aan zij-
ne gestorvene vrienden, was in Egypte gebrui-
kelijk. Het werd voor eene eer gerekend , wel-
ke men den overledene aandeed, en bet kostte
veel geld. Volgens dat gebruik, belastte Jozef
zijnen knechten, die dat werk verstonden, dat
zij Jakobs ligchaam, op de kostelqkste en beste
wijze, moesten balsemen, zoo als dat genoemd
wordt. Ook was het, in dit geval, zeer noodig,
Jakobs ligchaam voor verrotting te bewaren, om-
dat men daarmede nog naar Kanaan moest reizen.
Kootje. Maar hoe geschiedde dal balsemen
toch eigenlijk, Meester?
9 *