Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
118 de gescnibdëmis
vergeten, ze in den Bijbel, dikwijls, met aan-
dacht te lezen.
Nadat die voorzeggingen uitgesproken en zeer
oplettend aangehoord waren, gaf Jakob nog eens
aan al zijne zonen bevel wegens het begra-
ven van zijn ligcbaam in Kanaan, en niet in
Egijpie. Hij beduidde hun zeer naauwkeurig,
in welken grafkelder hij wilde gelegd zijn , na-
melijk in een hol, of spelonk, tegenover het
bosch Mamre, niet ver van Hebron, welke
spelonk Abraham reeds gekocht had, met een
stuk lands daarbij, en waarin men ook Jakobs
naaste bloedverwanten begraven had. Dit ge-
zegd hebbende, leide de vrome Jakob zich ach-
terover op zijn bed neder, en stierf heel zacht
en bedaard.
Kaatje. Het spijt mij, dat wq van dien goe-
den ouden man nu niet meer hooren zullen; ik
zou liever gehad hebben, dat hij nog weêr ge-
zond en sterk was geworden.
Heintje. Wel ja, hij leefde nu zoo pleizie-
rig in het mooije Land Gosen, dat moest nog
wat geduurd hebben !
Mr. Ik hoor met genoegen, kinderen! dal
gij Vader Jakob lief hebt gekregen, en hem nog
gaarne wat langer in het leven hadt gehouden.
Die brave man verdiende ook onze achting en
genegenheid ten volle. Hij was zoo vroom,
als maar zeer weinige menscben worden. Doch
hoe vroom men ook leve, men moet toch ein-
delijk sterven, en god de Heer weet best, op
welken tijd het voor elk mensch nuttigst is, de-
ze wereld te verlaten. Onze Lieve Heer zal
dan ook wel geweten hebben, dat het voor
Jakob best was, niet ouder te worden, dan
honderd en zeven "en veertig jaar. Voor een
regt vroom mensch is ImïI sterven ook geene