Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van jozef. ^ 117
Mk. Wel zekerlijk! Jakob had die voorzeg-
gingen niet uit zich zeiven bedacht; maar god
(ie Heer had hem dit alles bekend gemaakt
en beloofd; en al wat god belooft, dat gebeurt
ook vast; daaraan mogen wij niet twijfelen; dat
zou ongeloovig, wantrouwig en slecht van ons
wezen. — Ik zal u eens, met een kort woord,
vertellen, hoe dit naderhand altemaal gebeurd
is.
Nadat Jakobs nakomelingen ruim twee hon-
derd jaren in Egypte gewoond hadden — toen
Jozef lang dood was, — regeerde daar een on-
deugende Koning, die hen ijsselijk plaagde, en
als slaven liet beliandelep. Die slechte Koning
heette ook Faraó; maar hij geleek niets naar
dien goeden Faraö, van wien wij gesproken
hebben. Toen verloste onze Lieve Heer dan Ja-
kobs nageslacht, op eene wonderdadige wijze,
uit Egypte, onder geleide van Mozes, en deed
hetzelve , na veel omzwervens , eindelijk in hef
Land Kanaan gelukkig wonen, volgens de ou-
de beloften. En toen zij nu uit Egypte trok-
ken , was ook het nageslacht van Efraïm reeds
meer dan acht duizend menschen grooter, dan
dat van Manasse. — Doch laat mij nu we6r te-
rugkeeren tot mijn eigenlijk verhaal.
Toen nu Vader Jakob afscheid had genomen
van Jozef en deszelfs kinderen, riep hij al zij-
ne zonen nog eens bij zich, om hen te zege-
nen; en, door de hulp van god den Heer,
voorspelde hij toen ook, wat elk van hen, na-
derhand, voornamelijk zou gebeuren. Deze
voorzeggingen van Jakob zijn zeer merkwaardig
en schoon; doch gij zijt nog te jong, om
ze te kunnen verstaan. Daarom kan ik u hier-
van geene bijzonderheden vertellen; maar als
gij volwassene menschen ïijt, dan moet g| niet