Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
116 De geschiedenis
,, -wijze, en makc hun nageslacht in menigte
,, als de visschen der zee!" — Toen merkte
Jozef eerst, dat zijn vader de handen verkeerd
gelegd had op de jongelingen , hetgene hij toe-
schreef aan de zwakheid van deszelfs gezigt.
Hij zeide dus: ,, Gij vergist u, vader! deze,
,, op wiens hoofd gij uwe linkerhand hebt, is
„ de oudste." Jozef wilde toen 's vaders handen
verplaatsen, zoo als hij dacht, dat het wezen
moest; maar de oude man zeide: ,, Ik weet
,, wel, wat ik doe, mijn zoon! deze Manasse,
uw oudste zoon, zal zeer gezegend zijn, en
,, zijne nakomelingen zullen tot een groot volk
,, aangroeijen; maar Efi-aïms nageslacht zal,
,, evenwel, nog veel grooter en aanzienlijker
,, worden. Dat maakte god de Heer mij be-
,, kend, en daarom leg ik, bij voorraad, mij-
,, ne regter-, mijne waardigste hand , reeds op
,, het hoofd van den jongsten, die de voornaam-
,, ste zal worden." Jozef zweeg toen eerbie-
dig stil , bemerkende, dat onze Lieve Heer het
zoo wilde hebben , en Vader Jakob eindigde zij-
nen plegtigen zegenwensch over zijne twee
kleinzonen , zeggende: ,, De Hecre zal u
„ zoo gelukkig maken, dat men, tot een
,, spreekwoord, tegen zijne vrienden zal zeggen:
,, God make u als Efraïni en Manasse!" Daar-
op voorzeide Jakob nogmaals, dat zijn geslacht
^ens weder in Kanaan zou wonen, en gaf
aan Jozef ook nog een stuk lands, hetwelk hij
daar had liggen, en waarop Jozefs nazaten
dan, boven anderen, regt zouden hebben.
Jantje. En is dat ook allemaal zoo uitgeko-
men , als Jakob voorzegd had? Is Efraims
familie grooter gew orden, dan Manasse's fami-
lie, en zijn ze altemaal ook weder in Kanaan
gekomen?