Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
v A n j O z e r. 115
,, dcnen tot dankbaarheid aan den goeden god!
,, Ik had niet durven hopen , u nog wéér te
,, zien — en nu zie ik ook nog uwe kinderen!"
Jozef deed zijne zonen knielen bij het ziekbed
van grootvader, die nog overeind zat, en hun
de handen wilde opleggen.
Kaatje. Wat beduidt dat, Meester! ,, ie-
,, mand de handen opleggen," en waarom wilde
Jakob dat doen?
Mr. ^ Als men, in die tijden, iemand heel
plegtig gods zegen toewenschte, dan plaatste
men gewoonlijk zijne hand op het hoofd van
den persoon, die op zijne knien lag, pm den
zegenwenseh te ontvangen. En, als een vader
of grootvader twee zijner aonen of kleinzo-
nen , op deze wijze, zou zegenen, was het
gebruikelijk, dat hij zijne regterhand op het
hoofd van den oudsten legde, en zijne linkerhand
op dal van de jongsten; omdat men de regter-
hand voor de beste en waardigste hield, en om-
dat de oudste zoon , in sommige uiterlijke reg-
ten en voordeelen , toen altijd iets vooruit had
boven zijne jongere broeders. Dewijl dit nu
zoo het gebruik was , liet Jozef zijn' oudsten
zoon, Manasse, knielen digt bij Jakobs reg-
terhand, en den jongsten, Efraim, digt bij zij-
ne linkerhand, terwijl hij zelf, tusschen ben
beide, zich nederboog. Maar Vader Jakob legde
zijne handen net andersom als men gewoon was ,
zijne regterhand op het hoofd van den jongsten,
en zijne linkerhand op het hoofd des oudsten,
en begon zijnen plegtigen zegenwenseh aldus r
,, God de Heer, voor wiens aangczigt mijne
,, voorvaders, Abraham en Izaak, zoo vroom ge-
,, wandeld hebben, en door wicn ik, van jongs
af, zoo gezegend en bewaard ben, die zelfde
,, GOD zegene ook deze mijne kinderen op gelijke