Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
114 de gescHiedenis
ken van hetgene hun, of hunnen nakomelin-
gen , in 't vervolg zou gebeuren. Dat afscheid
nemen en die zegening was, derhalve, eene
zaak van veel belang, waarop men zeer ge-
steld was. Jozef bragt daarom zijne zonen me-
de , opdat Jakob hen mogte zegenen, eer hij
stierf.
Toen men den ouden man zeide, dat zijn
zoon Jozef was gekomen, ging hij van blijdschap
overeind zitten in zijn bed, hoe zwak hij ook
was. Daarop verhaalde hij zijn' Jozef, hoe god
hem te voren beloofd had, dat zijne afstamme-
lingen het Land Kanaiin eens zouden bezitten
en daarin bestendig wonen. Toen zeide hij ook,
dat hij Maiiasse en Efrdim als zijne eigene
zonen wilde gerekend hebben in de erfe-
nis , en niet als zijne kleinzonen, zoodat zij ie-
der net zooveel moesten hebben van Jakobs
bezittingen, als ieder van hunne oomen. Daar-
na sprak Jakob nog van Jozefs moeder , welke
hij zeer bemind, maar reeds vroeg verloren
had.
Nu zag hij eerst, dat Jozef nog twee per-
sonen bij zich had, en vroeg: ,, Wiens kin-
,, deren zijn deze?" Zijn gezigt was, door
den ouderdom , zoodanig verzwakt, dat hij zijne
eigene kleinzonen, Manasse en Efraïni, niet
meer onderscheidenlijk kon zien. Jozef antwoord-
de: ,, Deze zijn mijne zonen, vader! die god
,, mij gegeven heeft, en van welke gij zoo e-
,, ven hebt gesproken." ,, Breng ze bij mij,"
zeide Jakob, ,, opdat ik hen zegene." Dit ge-
schiedde , en do zwakke grijsaard omhelsde en
kuste hen nog hartelijk.
Keetje. Och! dat was lief'
Mr. De oude man was toen zeer aangedaan,
en zei tegen Jozef: ,, Wat heb ik vele re-