Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
112 DE GESCHIEDENIS
,, plegtig beloven, dat gij, als ik gestorven
,, ben, mijn ligcbaam niet zult begraven bier
,, in Egijple, maar, in 't Land Kanadn, in het
,, graf van mijne voorouders." Jozef was ge-
reed alles te doen, wat vader begeerde. Hij
beloofde dat met eenen eed, eene Godsdiensti-
ge plegtigheid, welke hem verbond om het te
doen, dewijl hij anders gods gunst en zegen
zou verbeuren.
Chrisje. Maar had Jakob geene andere re-
den, waarom hij in Kanaan wilde begraven zijn,
dan alleen omdat zijne voorouders daar ook be-
graven waren?
Mr. Ja, hij wenschte dit ook nog bijzonder-
lijk, omdat GOD de Heer hem meermalen had
beloofd, dat zijne nakomelingen het geheele Land
Kanaan eens zouden bezitten, als hun eigen,
en daarin ongemeen gelukkig zijn. Jakob wist
wel, dat hij zelf dit niet beleven zou; maar hij
wilde zijn ligcbaam toch gaarne gelegd hebben
in dat beloofde Land, volkomen vertrouwende,
dat alles zekerlijk gebeuren zou, wat god hem
gezegd had.
De ongesteldheid van Vader Jakob scheen
toen nog niet heel gevaarlijk, en Jozef, de Re-
gent, had zoo vele bezigheden in de stad On,
dat hij spoedig weer uit Gosen derwaarts moest
vertrekken, en zijn' vader overlaten aan de
zorg van zijne broeders en zusters. Hij ver-
trok echter met leedwezen; want een braaf kind
verlaat niet gaarne zijne zieke ouders.
Mietje. En werd die goede man niet nog wéér
beter?
Mr. Neen, Mietje! nu, op zijn honderd ze-
ven en veertigste jaar, was de tijd gekomen,
dat hij deze wereld moest verlaten. Hij was
ook niet bedroefd, dat zijn leven , zijne groote