Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
110 de geschiedenis
Kootje. Neen, Meester! dat zeg Ik ook nu
niet meer. Jozef deed wel, en dat volk zou
anders veel ongelukkiger zijn geweest.
Mr. Dan zijn wij het nu weder eens, Koo-
tje! dat is mij lief. — Nu heb ik u, voor de-
zen avond, genoeg verteld , mijne kinderen!
morgen spreken wij weder van den goeden Va-
der Jakob.
Glfde Avontf.
Gen. XLVII : 27—L : U.
Mr. Wij hebben, gisteren avond, gehoord,
Wat Jozef al deed met de inwoners van Egyp-
te, toen daar, zeven jaren achtereen, hongers-
nood was. Nu zouden wij eens weder iets ver-
tellen van den vromen Jakob. Weet gij nog
wel, Pietje! waar die oude man woonde in die
slechte jaren?
Pietje. Ja wel, Meester! in het mooije Land
Gosen,
Mr. Regt, mijn jongen! daar woonde hij op
dien tijd, en ook nog lang daarna. Daar zorg-
de zijn Jozef voor hem en voor zijne kinderen
in den nood; daar rustte de brave grijsaard
uil van al zijne vorige reislogten , van zijne
zorgen en drukten; daar sleet hij regt genoe-
gelijke dagen. Jakobs familie werd hoe langer
hoe grooler, zoodat hij zijne kleinkinderen en
achterkleinkinderen naauwelijks kon tellen. Zoo
leefde Jakob, in hel Land Gosen, zeventien
jaar lang. Maar in den Bijbel staat niet, wat
liij, in al die jaren, deed, of wat hem al over-
kwam. Dat moet dus niet heel .merkwaardig
of bijzonder geweest «ijn, en ik kan u daar-
van ook niets vorteilen. Daarom zullen wij nu