Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VAN JOZEF. ^ 109
>an koren, dat zij konden verkoopen aan ande-
re volken , en daarvoor geld of vee terngkrij-
geu.
Eindelijk, in het zevende of laatste der slech-
te jaren, boden de inwoners weder vrijwillig
hunne landerijen aan, en gaven dezelve aan
Jozefs die alweder eten daarvoor teruggaf.
Ook maakte hij, zoo als ik strakjes zeide , dat
ieder weder een' akker ter leen kreeg, en geen
slaaf behoefde te worden, mits bij maar, in 't
vervolg, een vijfde part van zijn koren aan den
Koning bragt. Dit was slechts een klein be-
zwaar , omdat Egypte doorgaans een ongemeen
vruchtbaar Land was. De inwoners begrepen
dat ook zoo, en dankten Jozef nog voor zijne
goedheid. Weinige jaren na dien hongersnood
werden zij ook weder gegoede menschen , * zoo-
dat zij niet lang arm zijn gebleven.
Ook moeten wij bedenken, dat Jozef den
Egyptenaren geene schade, maar wel voordeel
toebragt, met den Koning zoo heel rijk te ma-
ken. Deze Faruó was een ongemeen braaf
Vorst. Hij besteedde al die schatten niet aan
nuttelooze pracht en overtollige ambtenaren ,
veel minder om zijn volk kwaad te doen ; maar
hij verbeterde daarvoor de openbare werken;
hij maakte vele nuttige inriglingen, en verde-^
digde het Land tegen de vijanden. — Al de
voorraad van koren was dus op de beste wij-
ze gebruikt. De landerijen werden gelijker be-
zet met menschen en vee; de Koning was beter
in staat gesteld, om zijn volk goed te bescher-
men. Niemand had reden om te klagen , dat hij
onbillijk gedrukt en bezwaard werd. Wat dunkt
u, Kootje! kan men nog zeggen , dat Jozef den
Egyptenaren, op eene slechte wijze , alles afnam
en hen doodarm maakte voor al hun leven'!