Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van jozef. ^ 41
Mr. Ja, Keetje! die hongersnood^ was al
heel erg; wie zou anders zijne kostelijke vrijheid
zoo weggeven! — Onze Jozef dan nam genoe-
gen in het voorstel van de Egyptenaren. Hij
kocht al de akkers voor Faraj, zoodat die ei-
genaar werd van gansch Egypte, DaarAOor gaf
Jozef ook weder koren tot spijze aan de in-
woners , en koren om te zaaijen tegen het vol-
gende jaar, 't welk wederom vruchtbaar zou
wezen. Ieder moest dus zijn land verkoopen,
uitgenomen alleen de Priesters. Deze waren
menschen, die de openbare Godsdienst waar-
namen en bedienden, naar de gebruiken van
dat Land en van dien tijd. Zoodanige lieden
kregen van den Koning altijd eten voor niet,
omdat zij niet in het land konden werken , of
koopmanschap doen; maar altijd moesten stude-
ren en Godsdienstige verrigtingen waarnemen.
De Priesters kwamen dus niet zoo in den nood ,
dat zij hunne bezittingen behoefden te verkoo-
pen , maar de andere menschen wel.
De Egyptenaars hadden nu ook zich zelve
aan Farm overgegeven , als zijne slaven. Jo-
zef kon met hen doen , wat hem beliefde , uit
naam van den Koning. Maar hij wilde niet heb-
ben , dat die arme menschen hunne vrijheid ge-
heel zouden verliezen ; daartoe was Jozef te
menschlievend en te edelmoedig. Ook wist hij,
bij ondervinding, hoe naar het is, slaaf te zijn.
Daarom gaf hij aan iederen Egyptenaar weder
een stuk lands ter leen, om daarop te wonen
en dat te bearbeiden. onder beding dat hij,
ieder jaar, een vijfde part aan Faraö moest
geven van het koren, 't welk op die akkers
zou groeijen; doch, om verscheidene redenen,
schikte Jozef het zoo, dat niemand zijn' ouden
akker weörkreeg, maar een' anderen, die even