Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
106 de geschiEdenis
„ geld is op, en al ons vee hebben wij u ook
,, reeds verkocht. Nu is er niets anders over,
,, dan ons ligchaam cn ons land. Koop ons nu
,, voor Farat met onze landerijen, en geef ons
,, daarvoor wederom eten, en zaad om de ak
,, kers te bezaaijen, opdat wij niet van honger
,, vergaan , en het Land geheel woest moge
,, worden."
Kootje. Wat meenden de Egyptenaars eigen-
lijk, Meester! toen zij zeiden: ,, Koop ons
,, en ons land voor Farao V Zij woonden, im-
mers , al in Farao's Land, hoe konden zij hem
dan zijn eigen goed verkoopen?
Mr. Dat moet gij op deze wijze begrijpen:
De inwoners van Egypte waren tot nog toe,
in vele opzigten, vrije menschen geweest; zij
hadden elk zijn' eigen' akker of stuk lands , waar-
mede zij doen konden , wat zij wilden.
De Koning was alleenlijk de opperste Regter,
als zij verschil hadden, en hun Veldheer, als
zij oorloogden. Ook bestuurde hij de open-
bare Godsdienst door het geheele Land. Fa-
rao zelf had ook landerijen, welke hem toe-
kwamen en voordeel gaven. Met die landstre-
ken, waarin nog niemand zich had neörgezet,
mogt hij ook leven naar zijn welgevallen, zoo
als hij , bij voorbeeld, met het Land Gosen
deed; maar, voor het overige, had de Koning
geen regt op de personen, of de akkers en be-
zittingen van zijne onderdanen.
Nu boden zij aan, al hunne landerijen aan
Farao te verkoopen, en zelve zijne knechten
of slaven te worden. Zij wilden nog liever
hunne vrijheid en hunne bezittingen missen , dan
dat zij van gebrek zouden sterven.
Keetje. Och , die arme menschen ! Wat
moeten zij in nood geweest zijn !