Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VAN JOZEF. ^ 105
reeds eene groote menigte koren verkocht aan
de inwoners van Egypte en de naburige vol-
ken, tot groot voordeel van zijnen Koning,
die daardoor zeer rijk werd. In de volgende
jaren werd de nood nog erger, het koren nog
duurder, en dus kwam er nog al meer geld ia
de schatkamer van Farao. Aan het einde vaa
het vijfde der slechte jaren was al het geld voor
koren aan Farao gegeven. Niemand had meer,
om eten voor te koopen. Ieder stond verlegen,
zoowel de Egyptenaars, als de vreemdelingen.
Jansje. Ik hoop evenwel niet, dat Jozef nu
die arme menschen nog van honger zal laten
sterven , omdat zij geen geld meer hebben!
Mr. Neen , Jansje! maak u daarover niet
verlegen ! De arme menschen klaagden Jozef
hunnen nood, en die zeide toen: ,, Nu, als
,, uw geld op is, moet gij mij uwe bees-
,, ten maar verkoopen, dan zal ik weder koren
,, in de plaats geven , om brood van te bak-
,, ken." Elk nam daarin genoegen, en wilde
liever zijn vee missen, dan broodgebrek lij-
den. Zij bragten dus hunne paarden, hunne
oosen, koeijen, schapen en ezels, voor en na,
bij den grooten Regent, en dan ontvingen zij
net de waarde van dat alles in koren terug. Op
deze wijze hield Jozef nog weder, een geheel
jaar lang, duizende menschen in het leven,
en maakte zijnen Koning heel rijk in geld en
in v.ee.
Maar, langer dan een jaar kon dat ook niet
duren, zoodat het zesde onvruchtbare jaar
daarmede ten einde liep, en het zevende, of
laatste, begon. Toen kwamen de Egyptenaars
weder in groote menigte bij Jozef, en zeiden
tegen hem: ,, Wij zijn op nieuws zeer verle-
,, gen; dat kunnen wij niet verbergen. Al ons