Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
104 de geschiedenis
veehoederij. Jozef zou dus bekwamer Heden
afgezet, of voorbijgegaan moeten hebben, het-
welk onregtvaardig ware geweest, en ook na-
deelig voor den Koning en het volk. — leder,
die een ambt of eene bediening te begeven
heeft, moet altijd zoeken naar de kundigste en
bekwaamste menschen , die het meeste nut kun-
nen doen. Hij mag zijnen bijzonderen vrienden
geene ambten geven, of zij moeten er even
geschikt toe zijn als anderen; daarom moet ook
niemand om een ambt verzoeken, waartoe hij
geene bekwaamheden heeft, noch ook zijn best
doen, om andere onkundige menschen aan ge-
wigtige bedieningen te helpen; zoo zou men
zijn Vaderland schade, en fijnen medemenschen
onregt aandoen.
Ook betoonde Jozef eene zeer verstandige
liefde , door zijne vrienden herders te laten blij-
ven. Die levenswijze was hun gewoon, en,
door de gewoonte, aangenaam geworden. In
het veehoeden waren zij doorkundig; daarin
konden zij de Egyptenaren onderwijzen en hel-
pen; dat was voor hen het beste en gemakke-
lijkste beroep. In andere , zware bedieningen ,
hadden zij weêr van alles moeten leeren, en wa-
ren dan nog benijd, bespot en uitgelagchen ge-
worden. Jozef leert ons dus, dat men zijne
genegenheid voorzigtig moet besturen, en ver-
standig lellen op ieders bekwaamheid, om alzoo
aan elk te geven , dat hem past.
Nu zullen wij Vader Jakob met de zijnen in
Gosen wat" laten rusten, en eens zien, hoe de
Egyptenaars het maakten in die verdere slech-
te jaren.
Het tweede jaar van den hongersnood was
al verloopen, eer Jozefs familie zich in de land-
streek Gosen had neêrgezet. Onzs Jozef bad