Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van jozef. ^ 103
Mr. Hij moest te On blijven, omdat hij Re-
gent was van Eyijpte, en het verkoopen van
het koren moest besturen. Doch het landschap
Gosen was echter niet ver van de slad. Als
zijne bezigheden zulks toelieten, bezocht hij dik-
wijls zijne familie; dan zag hij, met groot ver-
maak, hun herderlijk leven, en de genoegens,
welke zij in dat schoone Land genoten. In 't
bijzonder verheugde hij zich daarin, dat hij aan
zijnen ouden vader zooveel rust en gemak had
kunnen bezorgen, en dankte gedurig onzen Lie-
ven Heer, dat hij zijne beste vrienden weerge-
vonden had.
Heintje. Dat was altemaal boel braaf, Mees-
ter ! maar als ik Jozef geweest was, 'zou ik
toch mijn' vader en mijne broeders nog anders
verzorgd hebben.
Mr. Hoe dan, Heintje! zijt gij nog niet te-
vreden over Jozef, nu hij zijne geheele familie
eten geeft, en in Gosen laat wonen?
Heintje. Neen, nog niet regt; de Heer van
gansch Egijpte moest zijn' vader en zijnen broe-
ders voordeelige ambten of bedieningen gege-
ven hebben, zoodat zij, als grootelieden, op
hun gemak konden leven , zonder veel te wer-
ken, of langer achter de schapen te loopen.
Mr. Uwe meening is goed; maar, hij na-
der bezien , zullen wij merken, dat Jozef geen
kwaad deed, met zulks na te laten , zoodat hij
zelfs daarom geprezen moet worden. Had onze
Jozef aan zijne bloedverwanten groote eeramb-
ten gegeven , dan zou hij vele voorname Egjp-
tciiaars afgunstig en knorrig gemaakt hebben.
Ook zou daartoe reden geweest zijn; want Ja-
kob en zijne zonen waren onbekwaam en on-
geschikt voor zulke bedieningen. Zij hadden
niet veel anders geleerd, dan akkerbouw en
8'