Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
tan jozef. 101
ik liever, dat gij geen' cent in de wereld Iiadt;
want bet is beter arm en braaf, dan rijk en
ondeugend te wezen. — Elk, die aanzienlijker
wordt, of meer geld krijgt, dan zijne ouders
en nabestaanden, moet maar denken aan on-
zen ,/ozcf, toen bij zijne broeders en zijnen
vader aan Koning Faraö vertoonde. Hij moet
denken: ,, De rijkdom verandert een' mensch
,, niet wezenlijk. Al ben ik nog zoo rijk, mijn
,, vader blijft toch altijd mijn vader, en mijne
,, moeder blijft altijd mijne moeder, en mijne
,, bloedverwanten blijven dat ook, zoo lang als
,, zij leven ; daarom blijft het ook allijd mijn
,, pligt, hen te eeren , hen lief te hebben en
,, bij te staan , zooveel ik kan. Nooit mag ik
,, mij over hen schamen, zoo lang zij brave
,, lieden zijn. Dan verdiende ik, dat god de
,, Heer mij alles weêr afnam, cn dat mijne
,, vrienden dan, op hunne beurt, zich met mij
,, ook niet wilden bemoeijen." — Onthoudt dat
wel, kinderen! dan ga ik weer voort met mijne
vertelling.
Toen Jozef met Yader Jakob bij den Koning
van Egijpte kwam, sprak de eerwaardige grijs-
aard zeer welmeenend en deftig eenen zegen-
wensch uit over den Vorst. Daarop zeide Fa-
rao: ,, Gij schijnt reeds heel oud te zijn , Va-
,, der! hoe vele jaren hebt gij wel al bereikt?"
Jakob antwoordde: ,, Ik schijn ouder, dan ik
,, ben, o Koning! vele tegenspoeden hebben
,, al vroeg mijne haren grijs gemaakt. Slechts
,, honderd dertig jaar heb ik, als een reizend
,, vreemdeling, gezworven, en dat is weinig
,, in vergelijking met mijne voorvaders, die veel
,, langer omdwaalden op hunnen reistogt door
,, deze wereld; want dit leven is toch eigen-
,, lijk niet anders, dan eene vreemdelingschap,