Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van jozef. ^ 99
Pietje. Wel het meisje; dat kan ik gemak-
kelijk begrijpen !
Mr. Onze Jozef dan ging bij den Koning
van Egypte, en verhaalde hem , dat zijne geheele
familie gekomen was. Faraö wilde eenige van
de broeders zien , zoo als Jozef al verwacht
had. Vijf van Jakobs zonen werden gehaald
uit Gosen, en Jozef bragt hen binnen bij den
Vorst. — Toen de Koning hun vroeg: ,, Wel-
,, ke is uwe hantering; wat doet gij voor
,, den kost?" antwoordden zij, zoo als Jozef
hen onderrigt had, en zoo als ook de waarheid
was: ,, Wij en onze voorvaders zijn altemaal
,, herders. Wegens den hongersnood in Kana-
,, (in, zijn wij hier gekomen met ons vee, om
,, hier als vreemdelingen te wonen. Ons vrien-
,, delijk verzoek is, dat wij ons in het Land Go-
,, sen bestendig mogen nederzetten." Daarop sprak
Faraö tegen Jozef: ,, Mijn geheele Land ligt
,, voor u; geef aan uwe vrienden het beste daar-
,, van tot eene woonplaats; geef hun vrijelijk
,, de landstreek Gosen, welke zij verkiezen.
,, Geef, zoo gij wilt, aan uwe broeders, die
,, gij daartoe bekwaam acht, het bestuur ook
,, over mijne herders en over mijn vee."
Nadat Jozef en zijne broeders den Koning be-
dankt hadden voor zijne vriendelijke toestemming,
gingen zij weder naar Gosen, om vader en de
anderen te zeggen, dat zij in dat scboone Land
mogten blijven. Toen verzocht Jozef aan Vader
Jakob , dat hij eens met hem naar de stad w il-
de gaan. De oude man deed zulks, en Jozef
had het genoegen, zijnen vader aan het prach-
tig Hof bij den Koning te brengen. De brave
grijsaard maakte daar eene ongewone vertoo-
ning. Gekleed als een eenvoudig herder , trad
hij in de Vorstelijke zaal, midden door al de