Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
v a n j o z e f. 97
Tiende Avond.
Gen. XLVI : 31—XLVII : 26.
Mn. Wij hebDen gisteren ons verhaal geëin-
digd met de iiomst van Jozef bij zijne vrienden
in het landschap Gosen, en de groote blijdschap,
welke die ontmoeting veroorzaakte.
Nu moet ik nog verder zeggen , wat Jozef al
deed voor zijne familie en voor de inwoners van
Egyplelmid.
Zoodra Jozef al zijne vrienden behoorlijk had
verwelkomd ; zoodra men elkander iets verteld,
had van het gebeurde sedert ruim twintig jaren,-'
en de eerste aandoening wat over was, zeide
hij tegen Vader Jakob en tegen de broeders :
,, Biijit hier nog wat uitrusten; ik zal terwijl aaa
,, Koning Faraö gaan zeggen, dat mijne geheele
,, familie, volgens zijne toestemming, overgeko-
„ men is uit Kanaïm. Ik zal vertellen , broe-
,, ders! dat gij altemaal herders zijt, en uw vee
,, hebt medegebragt. Wanneer de Koning u dan
,, zelve eens spreken wil, moet gij ook zeggen:
„ Wij, zoo als onze vaders, hebben altijd met
,, vee omgegaan; wij verstaan niets, dan schapen
„ en ander vee te weiden en op te passen. —
,, Als gij zoo spreekt, zal F&raö u wel toestaan,
,, in dit schoone Land te wonen, en dat ware
,, allerbest voor u en uwe beesten; daar moet
,, gij om verzoeken."
Heintje. Moest dat nog aan den Koning
gevraagd worden, Meester! — Jozef was im-
mers Heer over gansch Egypte; die kon zijne
vrienden laten wonen , waar hij wilde.
Mr. Ik denk ja, IJe'mtje! mits zij gee-
ne andere menschen hinderden , die daar reeds