Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van jozef. 95
rijken Heer van Egijpte. Het gezigt vati de
vaderlijke tenten, van de herders en de groote
kudde, maakte, dat Jozef zich schier vérbeeld-
de, weêr in Kanaan te zijn; het deed hem
genoegelijk denken aan de dagen zijner vroegste
jeugd. — Maar hij wilde zich niet ophouden
bij al deze treffende voorwerpen. Zijne oogen
zochten, met ongeduld, naar den vromen Vader
Jakob. Eindelijk ziet hij zijnen vader, verou-
derd door de jaren, en ook verouderd door het
betreuren van zijnen geliefden zoon. Aanstonds
springt Jozef uit - den wagen, en omarmt den
grijsaard, met eene verrukking van kinderlijke
blijdschap, welke hem het spreken belette. De
oude man herkent de trekken van zijnen Jozef
in het gelaat van Eyypte's Regent. Zijne vreug-
de was onuitsprekelijk. Vader en zoon konden '
niets doen, dan elkander omhelzen — en schrei-
jen. — Een weinig bedaard zijnde, riep Jakob
uit: ,, Al moest ik nu aanstonds sterven,
,, mijn zoon! zoo stierf ik vergenoegd, nu ik
,, uw aangezigt heb aanschouwd, nu ik u nog
,, levend weêrgezien heb! Dit was mijn hoog-
,, ste wensch !"
Toen omhelsde Jozef, regt hartelijk, al zij-
ne broeders, zijne zusters, zijne neven en
nichten. Allen heette hij welkom in Egypte,
en allen waren met hem ongemeen in hunnen
schik. Zelfs de knechten en meiden namen deel
in de blijdschap van hunne Meesters. Elk praat-
te , lachte en juichte. Nooit hoorde men zoo vele
vrolijke stemmen tegelijk ; nooit zag men zoo
veel schuldeiooze vreugde, als thans in de velden
van Gosen.
Mietje. Daar zou ik magtig gaarne eens bij
geweest zijn !