Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
94 de geschiedenis
kinderen tot een groot volk zouden aangroei-
jen, en eindelijk, onder gods bestuur, nog eens
weder in Kanaan komen, om dat geheel te be-
zitten, volgens de oude beloften.
Toen was de grijsaard weêr volkomen ge-
rust , en vervolgde, weltevreden, de reis naar
zijnen geliefden Jozef. Iloe nader hij kwam
aan Egypte, hoe meer hij verlangde naar zijnen
wedergevonden' zoon. — Zoo kwamen zij in
het Land Gosen, hetwelk op de kaart te vinden
is aan den oostkant van Egypte, en dus naar
de zijde van Kanaan, digt bij de rivier den
Nijl, en ook niet ver van de Middeltandsclie
Zee. Deze landstreek werd naderhand ook
Rameses genaamd, en was buitengemeen goed
voor de veehoederij. Daar waren zeer grazige
weiden, en men vond er veel goed water, doch
de Egyptenaars maakten er, evenwel, niet veel
gebruik van. Dat mooije Land scheen niemand
toe te komen, of dienst te doen; Jakob en al
de zijnen rustten daar wat uit, om hunne bees-
ten te laten grazen in die schoone weiden.
Terwijl zij dan in Gosen bleven wachten,
zond Jakob zijnen zoon Juda naar de stad On,
met de boodschap aan Jozef, dat zij allemaal
gekomen waren, en verlangden hem te zien. —
Zoodra de brave Regent van Egypte deze aan-
gename lijding hoorde, klom hij op een' prach-
tigen wagen , en reed, denkelijk met Juda bij
zich, in groote haast, naar zijnen geliefden
vader en naar zijne waardste vrienden. Met
een onbeschrijfelijk genoegen, en met velerlei
aandoeningen, zag de goede Jozef de schaar
over van zijne talrijke familie. Meest al de vrou-
wen zijner broeders, al de kinderen en klein-
kinderen waren hem nog onbekend. Allen ke-
ken nieuwsgierig en verwonderd uit naar den