Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26 de geschiedenis
Toen zag de grijze Jakob, dat die ongeloofeKj-
ko boodschap toch waar moest wezen. Hij werd
regt levendig, regt vlug en heel verrukt van blijd-
schap. ,, Het is genoeg," riep hij uit, ,, mijn Jo-
,, zef leeft nog! Ik wil bij hem gaan; ik zal hem
,, nog zien, eer ik sterf!"
Kootie. En vroeg Jakob toen ook niet, hoe
Jozef in Ecjiiple gekomen was, en hoe zijn mooije
rok zoo bebloed was geworden?
Mr. Ik weet niet zeker, of hij daar toen aan-
stonds van sprak, dan of hij er naderhand naar
gevraagd heeft. Maar Jakob heeft zekerlijk wel
heel net willen weten, hoe dat alles gebeurd was.
De oudste zoons, die berouw hadden over hunne
misdaad, en aangedaan waren over Jozefs ver-
geeflijklicid, zullen, denk ik, alles aan vader met
schaamte bekend hebben.
De nieuwe, vrolijke lijding, dat Jozef weór-
gevonden was, werd spoedig bekend bij de ge-
heele familie en al de huisgenoolen. Op last
van Yader Jakob, maakte ieder zich klaar
tot de Egyptische reis. — Eindelijk begon do
groote optogt. Verbeeldt u eens, kinderen!
welk eene drukte dat moet geweest zijn, en
welk een groote troep! Vader Jakob, zij-
ne zonen, kleinzonen en achterkleinzonen maak-
ten toen reeds vijf en zestig personen uit, be-
halve de vrouwen en meisjes. Ook ging er
eene groote menigte knechten en meiden mede
naar Egypte, en dan, eindelijk, de lastbeesten,
om het goed te dragen, en de groote kudde
van schapen en ander vee. De oude man, de
vrouwen en de kleine kinderen reden op wa-
gens , welke Jozef gezonden had; de anderen
liepen meest te voet, en zoo trokken zij heel
langzaam voort. Op welke plaats In Kanaiin
zij eigenlijk hunne reis begonnen, weet ik niet,