Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van jozef. 91
deren. — Wij hebben, gisteren avond, de elf
broeders van Jozef verlaten op hunne reis in
Egtjpte naar Kanaan. Nu moeten wij zien , hoe
zij daar zullen aankomen, met al de geschenken
van hunnen weérgevonden' broeder, en met de
blijde tijding voor vader, dat zijn Jozef nog
leeft.
De goede oude man was denkelijk in zijne
tent, toen de zoons bij hem kwamen. Hij was
ongemeen verheugd, hen alle gezond vveér te
zien. Vooral was hij blijde over de teragkomst
van Benjamin en Simcon. Naauwelijks hadden
de broeders den vromen Jakob omhelsd, of zij
riepen hem vrolijk toe: ,, Vader! onze Jozef leeft
,, nog! Hij zelf is de Regent van Egijpie!"
Tot hunne groote verwondering hoorde Jakob dit
onverwacht berigt zonder groote blijdschap, en
zonder daarop veel te antwoorden,.
Kaatje. Heden, boe kwam dat. Meesier! had
Vader JcJiob zijn' Jozef dan niet meer lief?
Mr. Ja wel degelijk; maar de boodschap
trof hem niet sterk, omdat hij er niels van kon
gelooven. Hij dacht: ,, Mijn Jozef is immers al
,, meer dan twintig jaren dood geweest. Ik zelf
,, zag zijn' bebloeden rok. Hoe zou hij nu weêr
,, leven? Hoe zou hij die strenge Heer van
,, Efiiipie kunnen wezen, die mijne zoons zoo
,, verlegen maakle.'' Neen, zij hebben zich vast
,, verzonnen. Ik lel die vreemde tijding niet!"
De zoons konden niet velen, dat vader hen
niet geloofde, dat hij niet uitermate verheugd
werd. Daarom vertelden zij hem alles, wat hun
gebeurd was, al wat Jozef gezegd en gedaan
had. Ook braglen zij hem bij de wagens, de
ezels en de geschenken, welke zij van hunnen
broeder gekregen hadden voor zich en voor va-
der.
L