Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
90 de geschiedenis
maan cn sterren, waarvan hij gedroomd had.
Nu dacht Jozef, met reden: ,, God de Heer
,, begint die drcomen mijner jongheid waar te
,, maken , door mij zoo ongemeen te verheffen.
,, Die zelfde god kan, en zal ook het overige
,, wel doen gebeuren. Mijne vrienden zal ik ze-
,, kerlijk, vroeg of Iaat, bij mij zien. Wanneer
,, dit geschieden kan of moet, weet god de Heer
,, best. Ik laat dat aan Hem over, en moet het
,, maar geduldig afwachten."
Nu hebben wij al de voorname redenen ge-
hoord, waarom Jozef zich in Egypte stilhield,
zonder iemand naar zijn Vaderland af te zenden.
Wat dunkt u , Kootje! moeten wij Jozef nu nog
beschuldigen, van zijne vrienden schandelijk ver-
geten te hebben.'' Moeten wij nog denken, dat
hij, uit onverschilligheid, stilzweeg, — dat hij
niet naar vader en zijne broeders verlangde?
Kootje. Neen, Meester! ik begrijp nu, dat
hij niet anders doen kon. Ik hou weer evenveel
van Joz-ef, als te voren.
Mr. En wat zegt Keesje er van?
Keesje. Ik heb Jozef ook weêr liefgekregen ,
Meester!
Mr. Dan zijn wij nu altemaal weer zijne vrien-
den, behalve Mietje, niet waar?
Mietje. Och neen! ik ben ook niet meer
knorrig op Jozef. Eer Meester nog uitverteld
had, merkte ik al, dat hij het niet helpen kon.
Ik wil hem net zoo liefhebben, als Chrisje en
Kaatje en Heintje.
Mr. Wel, dat is mij regt aangenaam, en als
Jozef nog leefde, zou hij daar ook blij om we-
zen ; want hij hield magtig veel van kinderen,
zoo als gij weieens hooren zult.
Maar nu wordt het tijd, dat ik wéér voortga
in mijn verhaal; dat zou, zoo doende, niet ver-