Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
v a n j o z e f. ' 89
Kootje. Ik begin a! to denken, dïit Jozef
geen schuld heeft; — maar laat Meesier ons nu
nog eens zeggen, waarom Jozef niet aanstonds,
toen de hongersnood begon, zijne vrienden liet
' halen, waarom hij toen nog zoo gerust bleef
wachten, totdat zij van zelve kwamen ?
Mr. Zoowel in de zeven jaren van overvloed,
als in het begin van den slechten tijd, had Jozef
nog eene nieuwe , gewigtige reden, om alles in
stilte af te wachten. In al zijne lotgevallen had
hij GODS goede besturing, met dankbaarheid, ge-
zien en erkend. Bijzonder had hij gevoeld,
dat GOD de Heer met hem was, in het verkla-
ren der droomen van den Hofmeester, van den
Schenker en van Farao zeiven. Door het uitleg-
en van die droomen had onze Lieve Heer hem,
boven alle verwachting, gelukkig en aanzienlijk
gemaakt. Dit deed hem ook meermalen geden-
ken aan zijne eigene droomen, welke hij aan
zijne familie verteld had; want die hadden aan-
leiding gegeven tot zijne komst in E gijpte; 'die
voorspelden toen reeds zijne verheffing boven
zijne broeders, en begonnen nu, buiten zijn toe-
doen, door GOD zeiven vervuld te worden. Met
aandoening dacht Jozef na, hoe wonderbaarlijk
zijne geschiedenis te zamenhing, en, onder gods
bestuur, tot hier toe was afgeloopen. — Zulk
een nadenken moet gij u ook aanwennen, mijne
kinderen I Als gij ouder zijt geworden, dan
moet gij u, van jaar tot jaar, het verledene dik-
wijls herinneren, en niet achteloos voortleven,
als sommige menschen , die op geen jaar of twee
na weten, hoe oud zij zijn.
Tot de volkomene vervalling nu vaji Jozefs
vroegste droomen behoorde nog, dat zijne vrien-
den bij hem kwamen, en zich voor hem neder-
bogen, net als de korenschoven, de zon, de