Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
88 de geschiedenis
aanzienlijk en gelukkig Avas, behoefde hij althans
niet meer bang te zijn voor zijne broeders!
Mr. Regt, Kooije! dat was ook do voorname
reden niet, waarom zich Jozef, op dien tijd,
stilhield. De onkosten l)ehoefde hij toen ook niet
te ontzien, zoo als Keesje heel goed gezegd
heeft. Maar zoodra Jozef aangesteld was tot Re-
geerder van Egypteland, vond hij nieuwe rede-
nen , om niet te laten weten aan zijne vrienden,
hoe het hem ging, en om hen ook nog niet bij
zich te laten komen. — Luistert nu eens ter
dege, wat ik daarvan zeggen zal:
In de zeven jaren van overvloed, dacht Jozef:
,, Koning Farao heeft mij zoo verhoogd, omdat
,, ik zijne droomen heb verklaard en den
,, hongersnood voorzegd. Hij gelooft, met do
,, meeste Egyptenaren , dat god de Heer mij
,, daarin geholpen heeft, en dat die slechte jaren
,, ook vast komen zullen ; daarom laat hij mij
,, schuren timmeren , en koren koopen , en alles
,, beschikken, zoo als ik wil. Maar, zoo lang
,, de schrale tijden, die ik voorspeld heb, nog
,, niet gekomen zijn, is het, evenwel, niet dui-
,, delijk voor ieder bewezen , dat ik gelijk bad
,, in mijne uitlegging van Farao's droomen. Als
,, ik nu, vóór dien tijd, mijn' vader met zijne
,, groote familie hier laat komen , dan zullen de
,, Égyptenaars nijdig worden. Zij zullen denken,
,, dat ik alles maar,zoo gedraaid heb, uit eigen-
,, baat, om mijnen vrienden voordeel te doen,
,, om hen rijk te maken voor het geld van den
,, Koning. Zij zullen den Vorst tegen mij opsto-
,, ken, en die zal mij weêr afzetten." — i)aarom
moest Jozef zich stilhouden in die zeven jaren,
al wilde liij gaarne zijne familie bij zich heb-
ben.
CfiiiisJB, Ei, M'at zeg je nu , Kootje ?