Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
v a n j o z e f. 87
reizen. Een slaaf kan dat niet laten doen ; een
knecht heeft ook zelden veel geld over, en een
gevangen man kan althans niets uitvoeren.
Kootje. Maar, Meester! toen hij in Polifars
huis de voornaamste bediende was, toen kon hij
immers wel een' knecht of slaaf krijgen , om
dat reisje te doen, en één mensch was daartoe
genoeg ?
Mr. Neen, Kootje! één mensch was niet ge-
noeg. De wegen waren in die Landen eenzaam
en onveilig, door slechte menschen en wilde die-
ren. Bijna nergens was, onderweg, iets te krij-
gen tot voedsel of verkwikking. Bijna nergens
was eene herberg. Niemand kon daar alleen rei-
zen. Om die boodschap te doen, zouden vele
menschen noodig geweest zijn, met ezels of an-
dere beesten bij zich, om alles te dragen , wat
men op die reis noodig heeft. Al dien omslag
kon Jozef niet aanhalen of bekostigen, zoo lang
hij dienstbaar was of gevangen zat.
Keesje. Dat is nu altemaal goed, Meester!
maar waarom zond hij dan geene menschen naar
Kanaan, toen hij Heer over gansch Egypte was
geworden ? Toen had hij immers knechts genoeg
en geld genoeg ?
Mr. Die vraag verwachtte ik al, Keesje! daar
komt het voornamelijk op aan: ,, Waarom," vraagt
gij, niet waar? ,, hield zich Jozef, de Regent,
,, zoo stil in die zeven jaren van overvloed in
,, Egypte, en nog omtrent twee jaren van hon-
,, gersnood, tot zoo lang de broeders van zelve
,, bij hem kwamen ?"
Rootje. Wel ja! dat was immers niet mooi ,
zoo negen jaren lang een groot, rijk Heer te we-
zen , zonder naar zijne vrienden te laten vragen,
of hun iets mede te geven! Hij moest hen aan-
stonds bij zich verzocht hebben. Nu hij zoo
7"