Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
de geschiedenis
Heintje. En ik heb tegen Kootje gezegd;
,, Hoe weet gij, dat Jozef, in al dien tijd, niet
,, eene boodschap aan zijn' vader heeft laten
,, doen? Meester kan immers wel vergeten
,, hebben, om dat te vertellen. Of, het kon ook
,, wel zoo wezen, dat Jozef trouw zijn best
,, daartoe gedaan heeft, maar dat er telkens iets
,, in den weg is gekomen, dat wij niet welen."
Mr. Ik hoor met genoegen, kinderen! dat gij
alles al heel wel nagedacht, en veel uitgevonden
hebt, belgene waarlijk tot Jozefs verschooning
kan dienen. Maar ik moet u, evenwel, zeggen»
Heintje! dat ik niet vergeten heb te spreken van
eene boodschap , welke Jozef naar Kaman mis-
schien had laten doen. Daarvan is, naar alle
waarschijnlijkheid, niets gebeurd; doch Jozef
dacht er, misschien, wel dikwijls aan, en maak-
te allerlei vergeefsche plannen; daarin geloof ik,
dat gij gelijk hebt.
Laat ons nu ons eens herinneren , wat Jozef,
in die twintig jaren, al gebeurd is. In het eerst
was hij een arme slaaf; toen werd hij een voor-
naam knecht bij Potifar, en daarna zat hij heel
lang in de gevangenis. Onder al die lotgevallen
van onzen /oae/" verliepen dertien jaren. — In het
begin daarvan durfde hij niemand zenden naar
vader, uit vrees voor nieuwe mishandelingen van
de broeders, en nieuwen twist in de familie, zoo
als Clirisje heel goed gezegd heeft.
Wal later kon hij geene boodschap laten doen,
omdat Yader Jakob denkelijk niet meer bij lle-
bron zou wezen, en hij dan niet wist, waar-
henen hij moest zenden. Hierin had Kaatje ge-
Jijk.
Maar, in al die dertien jaren, had Jozef ook,
buiten dat, geene magt genoeg en geen geld,
om menschen voor zich naar Kanaiin te laten