Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van jozef. ^
81
Keesje. Hoe dan? Moesten zij nu aanstonds
weêr weg , nu zij elkander pas kenden ?
Mr. Ja, dat wilde Jozef hebben, niet om de
broeders weder kwijt te raken, maar om eene
heel andere, goede reden. Hij wenschte hen bij
zich te hebben met hunne vrouwen en kinderen.
Die moesten zij ten eerste gaan halen uit Kanaixn.
Maar, behalve dat, was er nog iemand, dien hij
magtig liefhad, dien hij al dikwijls had gewenscht
te zien en te omhelzen, dien hij gemak en plei-
zier wilde bezorgen, zoo lang als hij leefde, en
waar hij maar kon. — Kunt gij raden, kin-
deren! wie dat was? Weet gij nog wel, naar
wien Jozef aanstonds vroeg, toen hij zich be-
kend maakte, en zeide: ,, Ik ben Jozef!"
CimisjE. Ja, naar zijn' vader. ,, Leeft mijn'
,, vader nog?" zeide hij toen, inéénen , daarbij.
Niet , Meester?
Mr. Juist, Clirisje.' dat vroeg hij aanstonds,
toen hij zich ontdekte. Daags te voren , toen de
broeders bij hem ten eten waren, hadden zij hem
al gezegd, dat hun vader nog leefde; maar hij
kon zulks bijna niet gelooven, zoo blijde was hij
daarover, en dus wilde hij deze heugelijke tijdinjj
nog nader hooren. Daarom riep hij, met grootc
drift: ,,Zegt gij niet, dat mijn vader nog leeft?"
Gij ziet dan, kinderen! dat Jozef zoowel zijn'
ouden vader, als zijne broeders liefhad. Dat was
ook zoo als het behoort; want een kind moet
altijd zijne ouders regt liefhebben. Onze vaders
en moeders zijn onze beste en oudste vrienden.
Niemand meent het zoo goed met ons, als zij;
niemand zorgt zoo voor ons, als zij; niemand
bidt zooveel, als zij, tot onzen Lieven Heer, om
onze welvaart en ons genoegen. Jozef zou niet
regt godvreezend geweest zijn, indien hij zijn'
goeden vader had vergeten , of niet hartelijk had