Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
v a n j o z e f. 79
,, dankbaar voor dat alles. Ik .vergeef het u
,, gaarne, wat gij mij gedaan hebt; ik denk niet
,, meer aan uwe schuld, maar zie alleenlijk op
,, GODS wijze en goede schikking. Ik wil vader,
,, ik wil u alle verzorgen; gij zult hier bij mij
,, nog regt vrolijk leven."
Jantje. Nu heb ik Jozef weêr lief. Hij hield
toch veel van zijne broeders!
Heintje. Dat denk ik! Zoo maar inééns
alles te vergeven, zonder één knorrig woord of
verwijl! Ieder zou dat zoo niet doen ?
CuRisjE. En dat hij niet eens meer hebben
wilde, dat de broeders om hunne schuld dach-
ten, of voor hem beschaamd waren, dat vind ik
mooi!
Mr. Ja, kinderen! dat Jozef alles ver-
gaf, was regt braaf, en de wijze, waarop hij
zulks deed, was heel vriendelijk, heel verstandig
en godvreezend.—Zoo moeten wij ook doen,
als ons iemand kwaad gedaan heeft. Het past
ons niet, hem daarvoor te straffen, maar wel,
hem dat kwaad te vergeven. Als wij dat doen,
dan wil de goede god ons onze schulden ook
vergeven, maar anders niet. Daarom mogen wij
nooit lang knorrig op iemand blijven, en ons
nooit vergeefs laten verzoeken, om weêr vrienden
te worden. Wij moeten liever altijd daarin de
eerste zijn. Maar het is ook niet hetzelfde, hoe
men iets vergeeft. Er zijn sommige menschen,
die, als zij verzocht worden iets te vergeven,
met eene knorrige stem zeggen: ,,Nu, maal daar
,, niet langer over! Ik vergeef het je dan. Pas
,, maar op, dat je 'Iniet weêr doet!" Zoomoet
men niet spreken. Dat deed- Jozef ook niet. Hij
dacht: ,, Onze Lieve Heer heeft toegelaten, dat
,, mijne broeders mij verkochten. Dat was best
,, voor mij; want daardoor kwam ik in Egypte