Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78 de geschiedenis
ten, wat hij en zijne broeders, in vrijheid, te-
gen elkander spreken zouden. De Taalman en
de knechts waren nog niet eens regt de deur
uit, toen Jozef al hardop begon te schreijen
van vreugde en aandoening. Zoodra hij spreken
kon, riep hij uit, in het Hebreeuwsch, in de ou-
de Vaderlandsche taal: ,, Ik ben Jozef! Mijn
,, vader leeft nog, zegt gij?" —De broeders
verschrikten zoo, dat zij niels konden antwoor-
den , maar heel stil bleven staan, als steenen
beelden. Jozef riep alweêr: ,, Komt toch bij
,, mij! Ik ben uw broeder: ik ben Jozef, dien
,, gij verkocht hebt!"
Toen kwamen de broeders wel wat nader bij
hem , maar durfden nog niet spreken. Zij begon-
nen nu wel te gelooven, dat de Egyptische Heer
waarlijk hun broeder Jozef was, schoon zij niet
begrepen, hoe dat wezen kon; maar aanstonds
schoot hun ook te binnen, hoe zij hem mishan-
deld en verkocht hadden. Daarom zwegen zij
nog stil, en stonden heel beschaamd, vol berouw
en vreeze voor de verdiende straf. Doch onze
vrome Jozef zag die vreeze met leedwezen en
ongeduld. Hij wilde hun gaarne vergeven ; hy
zocht aanstonds de broeders gerust te stellen en
weêr vrolijk te maken, door tegen hen te zeg-
gen : ,, Mijne lieve broeders! staat daar toch nu
,, niet zoo verlegen te schreijen, omdat gij mij
,, verkocht hebt voor slaaf. Uedenkt liever, hoe
,, goed onze Lieve Heer dit alles heeft laten uit-
,, komen, zoodat ik, juist daardoor, hier in E-
,, cjiipte een groot Heer ben geworden, en nu
„ voor u alle zorgen kan in den hongersnood.
,, Denkt eens na , welken zegen god de Heer
,, voor mij uit dat verkoopen heeft laten voort-
,, komen. En zou ik u daarvoor nu straffen?
,, Neen, ik ben, van achteren te zien, blij en