Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
van jozef. 77
broeder van Benjamin ^ en als een braaf zoon van
Jalcob , op eene heel aandoenlijke wijze. Hij zei-
de tegen Jozef: ,, ïoen wij voor de eerste maal
,, hier waren, Mijnheer! hieldt gij ons voor ver-
,, spieders , en maaktet, dat wij vertelden van
,, onzen vader, en van onzen broeder, die te
,, huis was. Gij stondt er op, dat wij hem ha-
,, len zouden, en gij hieldt Simeon zoo lang ge-
,, vangen. Wij deden ons best; maar vader had
,, hem zoo lief, dat hij niet van hem scheiden
,, kon. De hooge nood heeft hem, nogtans, ein-
,, delijk daartoe gedwongen. Hij heeft zijnen lie-
,, veling afgestaan met groote droefenis; wat zal
,, het dan wezen, als wij weder bij hem komen,
,, zonder dezen broeder? De goede grijsaard kan
,, niet leven zonder dezen zoon; hij zal van rou-
,, we sterven! Ook ben ik borg gebleven voor
,, mijn' broeder bij vader. Al wat hem overkomt,
,, is voor mijne rekening. Op mij zou vader ,
,, met reden, boos wezen, zoo lang als hij leef-
,, de. Laat mij dan, bid ik u, hier blijven, en
,, uw' slaaf worden; maar laat den jongsten, met
de andere, naar Kanaan wederkeeren. Ik ben
,, dan wel ongelukkig; maar nog zoo ongelukkig
>, niet, als dat ik mijn'goeden vader, vol droef-
,, beid, en op mij vergramd, ellendig zag ster-
„ ven."
Kootje. Dat was braaf van Juda! Dat was
mooi gezegd! Kon Jozef het nu nog uithouden,
Meester ?
Mr. Neen ! nu kon hij zich niet langer be-
dwingen ; de tranen kwamen hem in de oogen,
hij moest zich ontdekken. Vooraf liet hij, ech-
ter, den Tolk en alle andere knechten uit de
kamer gaan. Hij was heel vlug van verstand, en
bedacht dus schielijk, dat die menschen daarbij
niet noodig hadden, en ook niet hooren moes-