Boekgegevens
Titel: De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 2: 3
Auteur: Oosterwijk Hulshoff, Willem van
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J. de Lange
Groningen: J. Oomkens, 1844
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7040
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201545
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding, Theologie, godsdienstwetenschappen: onderzoek en interpretatie van het Oude Testament
Trefwoord: Jozef, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis van Jozef voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
76 de geschiedenis
Maar, ik zou wel van mijne vertelling afraken,
waar ben ik ook gebleven?
Chrisje. Daar de broeders allemaal voof Jozef
nedervielen op den grond; is het zoo niet, Mees-
ier?
Mr. Ja , regt. — Hij deed hen denkelijk aan-
stonds wéér opstaan; maar hij sprak evenwel nog
als iemand, die heel verwonderd en toornig is.
,, Wat is dat," zeide hij, ,, welk stuk hebt
,, gij daar uitgevoerd ? Dacht gij , dat eerr
,, man, als ik, dat niet ontdekken zou?" Juda
antwoordde voor al de broeders, met groote ont-
roering : ,, Och, Mijnheer! wat zullen wij zeg-
,, gen? Hoe zullen wij onze onschuld bewijzen?
,, Alles fs tegen ons! Allés is voor ons onbegrij-
,, pelijk! God de Heer straft ons zekerlijk nu
,, om onze vorige zonden. Wij zelve hebben ge-
,, zegd: als de beker bij ons gevonden werd,
,, zouden wij alle uwe slaven zijn. Onze eigene
,, woorden maken nu, dat wij geheel in uwe
,, hand zijn, en onze vrijheid verloren hebben."
Jozef begeerde dit zoo niet. Hij wilde de broe-
ders alleen maar verlegen maken over Benjamin;
daarom zeide hij: ,, Neen, dat wil ik niet heb-
,, ben; dien man alleen, die den beker in zijn'
,, korenzak had, houd ik voor mijn' slaaf. Gij
,, andere kunt niet helpen, dat hij een dief is.
„ Gaat gij te zamen, in vrede, naar uwen ouden
,, vader."
Kaatje, o! Nu zullen de broeders geen' raad
meer weten!
Mr. Onbedenkelijk groot mas hunne verlegen-
heid. Juda was echter de bedaardste van alle.
Hij stapte eerbiedig wat nader bij den Heer van
Egypte, en verzocht vrijheid, om nog iets te
zeggen. Dit werd hem toegestaan, en toen sprak
hij als een godvruchtig man, als een liefhebbend