Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
b É R ?r » S R A C L 1 T E N. 77
zkb met. al z^Jne manfchappen aan hem overte-
geven. Doch nu floeg he.t uur van Israels ver-
Icsfing ; want terwijl Si f era met de rang-
Iicliikking en verdeeling zijns legers nog bezigi
was, viel hem Da rak met de tienduizend Is-
iJ rcMiten van dè hoögte des bergs op het lijf,
ij flortte zich met een onweérliaanbaar geweld
ip het midden der vijanden, zoodat in weinig
jj lijds alles onder hen in de war lag. Nu werd
I de Ilrijd hardnekkig; want de Kanaäniten w!U
I den aanftonds niet wpen ; maar ziet ; kinde-
|| ren 1 op het onverwachtst trad Jehova te
I vobrfchiin en ftreed voor Barak èn zijn volk;
£ er ontftond een verbazend onweder van don-
ij der,- blikfem, hagel, ftortregens en ftormwind;
zoodat de paarden verfchrikc en toomeloos wer-
den, terwijl de wind den hagel den Kanaani-
ten in het aangezigt joeg en de plasregens de
beek Kifon lot eene buitengewone hoogte deed
zwellen , zoodat vele van de vlugtende vijan-
den in dezelve verdronken.
Hendrik. En hoe liep het nu met Si-
[era af, Vader?
Vader. Toen hij zag , dat alle hope ver-
dwenen was, en zijn leger eene volkomene
nederlaag kreeg, fprong hij van zijnen wagen ,
en zettede het op een loopen , al vlugtende
kwam hii b^ de tent van eene Kcnitifehe
vrouw, Jaêl geheeten, welker man Heber^
in vriendfchap met den Koning jabin leefde^
Deze vróuw hem ziende aankomen ging hem
te - gemoet ,. en noodigde hem ' vriendelijk o:n
binnen te komen: „ IFijk in , mijn Heer!
jJ „ wijk in tot mij; in mijne tent zult gij
tl n veilig zijn,"' Zoo fprak jaêl^ en de ver-
moeii