Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
DER 1 8 R A é U I T «. N. 75
zien , kon zich op dezen kruin , ais in eene
bergvesting , tegen eenen veel magtiger vijand
verdedigen.
Hendrik. Dat was dus goed befteld. Fa-
der!
Vader. Ik zal u nog meer zeggen, kinde-
ren van dezen Iioogeu berg konde Barak
zijnen vijand .overal befpieden, en naauwkeurig
waarnemen , wat er in de omliggende lagere
landftreken gebeurde j ook was hij bier volko-
men veilig tegen het geweld der iizeren krijgs-
wagenen, in w^lke de voornaamfte fterkte van
den veldheer Si f era beftond.
Hendrik. Maar, Vader! waarom mögt
Barak niet meer dan tienduizend man bij zich
nemen?
Vader. Uwe aanmerking is wel, Hen-
drik ! dit getal manfchappen was zeker niet
beftand tegen de overmagt van Ja bin , maar
behalve het voordeel van de legerplaats in wel-
ke Barak met zijn volk ftond, zoo wilde ook
de Heer met zi.ne krachtdadige hulp tusfchen
beide komen, cn de Israeliten overtuigen, dat
zij niet door hunne eigene magt of dapperheid,
maar door z^ren bijftand overwonnen hadden.
Laat mij er nog bijvoegen, dat deze tiendui-
zend man. bepaaldelijk uit de ftammen Zebu-
lon en Naftali moesten gekozen worden;
omdat deze het naaste bij den v^nd lagen,
en ook zeker het meest van hem geleden
hadden.
Koosje. En deed nu Barak, hetgeen
hem Debora gezegd had. Vader?
Vader. Ja, kind, zoodra de profetes hem
de toezegging gegeven had , om mede te zul-
len