Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
DER. ISRAëLÏTEN» ^^
naain, Luz^ even als zljne geboorteplaats eer-
fyds geheeten had.
Koosje. Ik kan het nog niet opkriigen, dat
oiize Ja n meende, dat zq dien man zouden heb-
ben opgehangen.
Jan. Ei, ei, Koosje! kunt gij dat niet
opkrijgen, kind! dat men eenen fchurk, die zijne
éigene geboorteRad , met al de inwoners ver-
raad en dezelve in koelen bloede laat vermoor-
den, aan eenen boom ophangt? Dan hebt gij
waarlijk wel eene zwakke maag.
Hendrik. Ik moet lagchen; ziet onze
Jan eens driftig worden, wat is hij rood!
Jan. Wel wie zou niet boos worden op zult
eenen lagen vent.
Vader. Gij zoudt dan zulk eene daad niet
willen doen. Jan?
Jan. Ik dat doen. Vader? Mijne geboor-
teftad, of mijn Vaderland aan den vijand verra-
den? wel ik liet mij liever aan duizend ftukkeu
hakken.
Vader. Eere heeft uw hart, mijn jongen!
doch maak u zoo driftig niet; want gij weet
niet, wat gij, in hetzelfde geval zijnde, doenzoudet.
i)eze man was gevangen, en zal gemeend heb-
ben, dat hi) in dien toelland, op deze wijze,
wel voor zijne vrqheid en veiligheid, alsmede
voor het leven van de zijnen mögt zorgen ;
ook zal hij wel begrepen hebben , dat de ftad
toch in de handen der Israeliten komen zou.
Jan. Prijst Vader dan de daad van dezen
verrader?
Vader. Wel neen , de Bijbelfchrij-
ver prijst die daad ook niet; maar laat het oor-
deel aan de lezers over, en ik wil u allee»
D maar