Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
DER iSRAëLlTEN. 31
gene wij gelezen of gehoord hebben geregeld le
onthouden ; anders hebben wij tr weinig nut
van. Volg daarom, lieve Koos! het voorbeeld
van Hendrik en onthoud hetgene ik u ver-
haal, zoo veel als gij kunt. En nu Hendrik.!
welke is uwe eerfte aanmerking?
Hendrik. Vader! Ik zeide , dat ik niet
begrijpen kon , hoe de vereenigde Lraêltten
duor de Benjaminiien geflagen werden; daar
de eerften veel niagtiger waren dan de laatUen. .
Jan. Dat kan ik mij gemakkelijk begrijpen;
Vader heeft immers gezegd, dat de Èenjaminitcn
een dapper en oorlogzuchtig volk waren , en
zeven honderd afgerigte llingcraars hadden , nu
komt het in den oorlog niet zoo zeer op de
menigte , maar wel op kunde en dapperheid aan.
Vadbr. Ja , Jan ! in dien tijd kwam het
in den oorlog wel degelijk op de menigte
aan , omdat fomtijds man tegen man met het
zwaard vechten moest. Maar wat baat eene
groote Jegermagt, wanneer God de overwin-
ning weigert, gelijk hier het geval was?
Hendrik. Dat is waar. Vader! maar
waarom wilde God hun de overwinning niet
geven , zij llreden toch voor eene goede zaak?
Vader. Zoo ik het wel heb, dan is de-
ze zwarigheid uwe tweede aanmerking Hen-
drik! maar bedenk eens, dat offchoon zij voor
eene goede zaak ftreden , zij echter zonder den
goddelijken bijlland niet gelukkig in hunne on-
derneming zijn konden. Om deze zoo veel ver-
mogende hulp hadden zjj Jehova hunnen
God moeten fmeken , maar neen ! trotsch op
hunne groote legermagt liadden zij dit veizuimd,
en moesten daarom , tot tweemaal toe , de na-
dee>