Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
DER ISRAÜLITRN. II
beclJ vervaardigen , en voor het overige geld
kocht h^ priesterlijke kleederen en heilige ge-
reedichappen, ook wyddc hij eenen van zijne
zonen tot priester, znodat in weinig tijds dez&
godsdienst-kapel in volkomene gereedheid wa?.
Hendrik. Nu zullen Micha en ziine
moeder blijde geweest zijn, niet waar. Vader?
Vader. Zij waren nu regt in hunnen
fchik, en hun genoegen werd nog vermeenierd
door het volgende voorval. Weinige dagen na-
dat Micha zijn zoogenoemde heiligdom in or-
de had gebragt, kwam er een Liviet juist dien
weg over het gebergte Efraims heen reizen ,
en werd, volgens de gastvrijheid der Oosterlin-
gen, door Micha in zqne woning geherbergd.
Na eenige gefprekken met elkander gehouden te
hebben, ontdekte Micha, tot zijne groote blijd-
fchap, dat deze zijn gast een Liviet, een ach-
ter kleinzoon van den beroemden Mo zes en
Jonathan geheeten was. Aanflonds Helde hy
nem voor om priester te worden in zijn nieuwe
heiligdom, met aanbieding van levensonderhoud,
jaarlijks een inkomen van tien iikkelen zilver,
of naar onze rekening twaalf gulden en vijf er»
zestig cents; de fikkel gerekend op dénen gul->
den, vijf ftuivers en vijf penningen, benevens
een priesterlijk gewaad en alle priesterlijke eere.
De Liviet, hoe zeer hij wist, of ten minfte
weten kon, dat hij dit voorftel niet mögt aan-
n.-men, liet zich uit hoofde van zijne armoe-
de, tot den priesterdienst in Micha^s heilig-
dom wijden en was aldaar voorganger in den
godsdienst.
Koosje. Hü was toch geen voorganger in
den waren godsdienst, Vader?
Va-